High tea, Klein gebak
Leave a comment

Open appelflapjes met banketbakkersroom

Bij “Heel Holland bakt” moeten ze meestal zelf hun bladerdeeg maken. Dat wil ik binnenkort ook eens gaan proberen. Maar dat is best een tijdrovend klusje, dus vandaar dat er nog niet van gekomen is! Dit keer hebben we wel een bladerdeeghapje gemaakt, maar dan met kant en klaar bladerdeeg uit de diepvries. Het zijn open appelflapjes met banketbakkersroom geworden! Lees snel verder!

Door het gebruik van diepvries bladerdeeg, is dit kleine zoete hapje een lekker eenvoudig recept geworden. Maak je zo even tussendoor! Het enige wat even wat tijd kost (maar dan ook maar iets van 10 minuutjes) is de banketbakkersroom. Ik heb deze gemaakt van vanillepuddingpoeder, dat vind ik erg lekker fris. Dan nog een schijf appel er op, is altijd lekker!

Dit heb je nodig:

  • 2 bakplaten met een vel bakpapier of een bakmatje
  • 1 pakje diepvriesbladerdeeg
  • 1 ei (geklutst in een kommetje)
  • ronde gekartelde uitsteker (hier verkrijgbaar)
  • 1/2 pakje vanillepuddingpoeder = 38 gram
  • 250 ml melk
  • 50 gram suiker
  • circa 2 à 3 appels
  • beetje extra suiker voor over de appelschijfjes
  • bakkwastje
  • abrikozenjam

Aan de slag:

  1. Leg alle plakjes bladerdeeg naast elkaar op een plank om te ontdooien. Leg ondertussen de bakplaten klaar, en leg er een vel bakpapier op of een bakmatje.
  2. Maak de banketbakkersroom: meet hiervoor 250 ml melk af, doe deze in een steelpan. Doe de vanillepuddingpoeder in een kommetje en schenk daar een klein beetje melk bij .Roer dit met een garde tot een glad papje. Doe hier de helft van de suiker bij, roer dit er ook door. Zorg dat het een mooi glad papje is. doe de rest van de suiker bij de melk en breng dit nèt aan de kook. Haal dan van het vuur en schenk een héél klein beetje van de hete melk bij het papje. Roer dit goed door en giet dan het papje bij de melk. Klop dit door elkaar met een garde. Zet dan weer terug op het vuur en laat het langzaam aan de kook komen. Laat de pudding een paar keer “blub” zeggen. Haal dan weer van het vuur en schenk het op een bord. Doe hier dan meteen plastic huishoudfolie omheen zodat er geen vel op kan komen. Laat dit wat afkoelen.
  3. Als de bladerdeegplakjes ontdooid zijn, steek je er met de ronde gekartelde uitsteker rondjes uit. Uit elke plak één rondje. Snijd dan met dezelfde uitsteker een klein half rondje er uit, zodat je een soort grote halve maan krijgt. Leg deze halve maantjes op de bakplaat. Neem de restje deeg bij elkaar en rol deze voorzichtig tot een nieuwe plak. Let hierbij op dat je zo min mogelijk moet gaan kneden. Liefst helemaal niet. Rol het een beetje uit en probeer hier nog een paar extra halve maantjes uit te steken. Gebruik eventueel twee bakplaten. Bak er niet teveel tegelijk.
  4. Bestrijk de halve maantje met een klein beetje geklutst ei.
  5. Doe de redelijk afgekoelde banketbakkersroom in een spuitzak en spuit op elk half maantje een laagje banketbakkersroom.
  6. Schil de appels en boor ze met een appelboor. Snijd er dikker plakken van. Doe deze in een kom en voeg er wat citroensap aan toe. Schep dit even door, zodat er overal citroensap zit. Dan worden de appeltjes niet bruin.
  7. Snijd een klein stukje uit elke appelschijf zodat deze mooi op de halve maantjes past. Leg deze dan op het laagje banketbakkersroom. Strooi er nog een beetje suiker overheen.
  8. Bak de flapjes dan gaar in een op 210 graden voorverwarmde oven. Bak ze ongeveer 15-18 minuten. Let even goed op dat ze niet te donker worden. Elke oven is anders. Een hete luchtoven moet sowieso wat lager.
  9. Haal ze uit de oven als ze mooi goudbruin zijn.
  10. Laat ze afkoelen en maak intussen de afdekgelei. Neem hiervoor een lepel abrikozenjam, doe deze in een steelpannetje en voeg een eetlepel water toe. Verwarm dit op een laag vuur. Roer goed door. Als het goed warm is, haal je het pannetje van het vuur. Zeef de jam. Laat de gelei even afkoelen.
  11. Smeer dan elk flapje in met de abrikozengelei, dan gaan ze mooi glanzen.

 

De flapjes zijn niet te groot, lekker voor bij de thee! Kijk wel uit: als je eenmaal eentje hebt gegeten, kun je niet meer stoppen!

Liefs, Ria

Facebook0
Youtube78
Pinterest176
Instagram803

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *